Het pedagogisch klimaat bij de kinderopvang van Mamaloe

Onderzoek heeft aangetoond dat het pedagogisch klimaat op een kinderopvang van grote invloed is op het welbevinden en de ontwikkeling van een kind. Bij Mamaloe besteden we hier dan ook extra aandacht aan

Onze aanpak richt zich op een warme tolerante houding van de groepsleiding en het bieden van structuur.

We bieden een omgeving, waarin ieder kind weet waar het aan toe is.

Ieder kind wordt positief benaderd en gestimuleerd. En er worden groeps- en individuele afspraken gemaakt waar ieder zich aan dient te houden.

Liefdevolle verzorging bij de baby's

Bij de babygroepen ligt aanvankelijk de nadruk meer op een individuele, warme, liefdevolle verzorging.

Bij de baby’s is het lang individueel bezig zijn een vanzelfsprekende zaak. Daar is het onderlinge contact meer een kijken naar elkaar en soms iemand toevallig tegen komen. Als ze mobieler worden, worden de speeltjes van de groepsgenootjes interessanter.

Praktisch gezien zijn er natuurlijk vaak momenten waarop het kind zich moet aanpassen aan het groepsgebeuren, zoals bij het samen drinken, eten en naar bed gaan.

Daarbij worden baby’s natuurlijk ook al vroeg geconfronteerd met het leren wachten op elkaar en iets delen, bijvoorbeeld de aandacht van de pedagogisch werker, wachten op een fles als de pedagogisch medewerker een andere baby helpt.

Ruimte geven om keuzes te maken

Binnen de groepsstructuur proberen we ieder kind zoveel mogelijk ruimte te geven, dat het leert zijn eigen keuzes te maken. Bijvoorbeeld door te kiezen waarmee het gaat spelen of met wie, of wat het op zijn brood wil.

Doordat het met meer kinderen samen moet doen met speelgoed, zal het moeten leren zijn keuzes af en toe op te geven en iets anders te kiezen.

Al vanaf de baby’s wordt in die geest gewerkt: niet al het speelgoed kan uit de kast worden getrokken, zo nu en dan worden bepaalde speeltjes apart gezet en na een poosje geruild. Sommige speeltjes worden af en toe speciaal aangeboden: bijvoorbeeld de blokken, boekjes of puzzels. Ook wordt er vóór gezamenlijke activiteiten samen met de grotere baby’s het speelgoed weer opgeruimd.

Zelfstandigheid stimuleren

Het leren keuzes maken is één aspect van het zelfstandig worden. Maar ook
bijvoorbeeld het leren aankleden, zelf eten, zindelijk worden, iets vertellen, iets durven vragen, vriendjes maken na een ruzie, bevat veel elementen waar de groepsleiding zelfstandigheid kan stimuleren.

Verschillende aspecten van het "zijn" in een groep zijn: samen spelen, samen delen, wachten op elkaar, ruzie maken en weer vriendjes maken, iemand vragen iets met je te doen. Het heeft allemaal betrekking op de sociale ontwikkeling.

Tolerant en licht sturend

De groepsleiding gaat hierbij tolerant en hier en daar licht sturend te werk. Bij de peuters kan meer worden uitgelegd dan bij de babygroepen, maar ook daar begrijpen de kinderen al gauw verbaal als bijvoorbeeld iets niet mag of iets terug gegeven moet worden.

In principe moeten de kinderen eerst zelf proberen hun problemen met groepsgenootjes op te lossen. Lukt dat niet dan helpt de groepsleiding.

Bijvoorbeeld als een kind huilend bij de pedagogisch werker komt omdat een ander iets van hem afpakte, zal in eerste instantie gezegd worden: "Ga het maar terug vragen." Als het kind dat niet durft, kan de pedagogisch medewerker met het kind samen gaan om het te vragen.

Het kan zijn dat het stuk speelgoed niet wordt terug gegeven om een goede of een slechte reden, dan zal de pedagogisch medewerker het samen met ze uitzoeken en soms de scheidsrechter zijn en de beslissing nemen. Zo leren ze respect te hebben voor elkaar.

Leren omgaan met botsingen

In het dagelijkse spel zal het kind steeds geconfronteerd worden met botsingen van groepsgenootjes. Met boosheid en blijdschap. De pedagogisch medewerker zal hun daarbij helpen hoe daarmee om te gaan. En zal troostend, vermanend, knuffelend, luisterend en uitleggend -op de achtergrond aanwezig zijn. Hierdoor kan het kind zich ook emotioneel verder ontwikkelen.

De groepsleiding zal daarbij in de gaten houden, dat het kind zich geaccepteerd voelt, dat het er bij hoort, waardoor het weerbaarder wordt en het gevoel van eigenwaarde wordt vergroot.

Leren grenzen te kennen

Kinderen leren hun grenzen te kennen en er mee omgaan. Ook worden er grenzen aangegeven door de groepsleiding.

Bijvoorbeeld als een kind slaat om zijn zin door te drijven, dan zal een pedagogisch medewerker het kind stoppen. Dat kan door het streng toe te spreken, of door het kind apart te nemen en even apart te houden.

Het kan per kind verschillen met hoeveel nadruk dit gebeurt, omdat dit bij het ene kind het negatieve gedrag kan versterken en bij het andere kind niet.

Met straffen en belonen wordt steeds een balans gezocht tussen de consequentie van bepaald gedrag normaal gesproken en voor dat gedrag in die specifieke situatie van dat specifieke kind.

De pedagogisch medewerkers streven naar een zo consequent mogelijke aanpak. Om de kinderen te laten weten waar ze aan toe zijn, binnen welke marges ze hun weg moeten vinden, maar zoals gezegd, zal de aanpak de ene keer nadrukkelijker zijn dan de andere.


Terug van Pedagogisch Klimaat naar Kindercentrum Mamaloe